De Kinderstad

> 31 december 2017

Openingsuren

Dinsdag tot zondag van 10u30 tot 18u

Gratis toegang

Categorie:

Productbeschrijving

Deze tentoonstelling, die gericht is op kinderen en hun families, wil een groter publiek bewust maken van Brusselse architectuur en stedenbouw. Op het programma staan: een interactieve en educatieve ontdekkingstocht van de stad en haar onderdelen – de winkels, de woningen, de ontspanningsplaatsen, de kantoren, de parken…samengebracht rond vier secties – “wonen”, “leren”, “ontspannen” en “werken”.

 

Wonen

Rond 1865 wil de Stad Brussel de binnenstad transformeren door de aanleg van brede lanen omzoomd met appartementsgebouwen, naar het voorbeeld van Parijs. Maar de Brusselaars houden niet van appartementen en geven de voorkeur om voor hetzelfde geld in een mooi huis met tuin in een rustige voorstad zoals Sint-Gillis, Elsene, Schaarbeek of Ukkel te wonen.

Aan het einde van de XIXe eeuw bouwen de architecten Victor Horta en Paul Hankar elk hun eigen huis in een stijl die de Brusselaars zal verleiden: de Art Nouveau is geboren.

De Eerste Wereldoorlog zal de ideeën van architecten volledig veranderen. Ze moeten denken aan de heropbouw van de door de oorlog verwoeste steden en bouwen tuinsteden en sociale woningen.

Na de Tweede Wereldoorlog inspireert men zich op het leven in de Verenigde Staten en bezitten steeds meer inwoners een auto. De moderne stad ontstaat in de periferie, in een bungalow met garage en tuin.

Tegenwoordig vormt de toename van de Brusselse bevolking (1.140.000 inwoners in 2011) een uitdaging voor Brussel dat haar aanbod van woningen zal moeten aanpassen.

 

Leren

In alle tijden is de stad een plaats van kennis en leren. Infrastructuren zoals scholen, zwembaden, bibliotheken en musea, zijn sinds de XIXe eeuw geëvolueerd volgens hygiënische standaarden en pedagogische principes. De industriële revolutie van de XIXe eeuw veroorzaakt een toename van de bevolking en de ontwikkeling van talrijke scholen. Hygiënische maatregelen worden verbonden met pedagogische eisen: de school is geïsoleerd tegen geluid van buiten, de toegang tot de klassen is beschermd door een portiek dat de buitenlucht opvangt. Het materiaal van de gevels is bij voorkeur afkomstig uit het land zelf, het gebouw moet eenvoudig zijn, zonder luxe of overbodige ornamenten. Aan het begin van de XXe eeuw krijgt de school een elegant, speels karakter en integreert ze zich in haar omgeving. De omvang van de overdekte speelplaats neemt steeds meer toe. Ze bevindt zich binnen in het gebouw en doet zowel dienst als vestiaire, gymnastiekzaal en als toegangshal voor de klassen. Na verloop van tijd is de bouw van een school het resultaat van de voortdurende zorg om een ruimte te creëren die geschikt is voor de ontwikkeling van de leerlingen.

 

Werken

60 jaar geleden bestond 25 % van de werkende bevolking uit boeren. Tegenwoordig is dat nog slechts 3 %. Deze verandering sluit aan bij een samenleving die voornamelijk stedelijk is geworden. Tegenwoordig werkt 30 % van de werkenden op kantoor, bijvoorbeeld in de administratie of in nationale of internationale bedrijven. In Brussel gaat het alleen al in de kantoorgebouwenwijk ‘Espace Nord’ om zo’n 40.000 werknemers.

De Brusselse handel – kleine buurtwinkels, luxe winkels of winkelcentra – is ook een belangrijke economische sector met 15 % werkenden (ongeveer 100.000 personen).

De helft van de in Brussel werkenden zijn ‘pendelaars’, dat wil zeggen dat ze buiten de stad wonen maar er werken; ze reizen elke dag op en neer.

 

Ontspannen

Gebouwd om te kunnen genieten van kunst en creatie, kennen de plaatsen van vertier een heel specifieke architectuurstijl die mysterie en majesteit met elkaar vermengt. Elke architecturale stijl heeft haar vormen en belijningen in de feestzalen van de hoofdstad achter gelaten: de neoklassieke stijl werd magistraal, de art deco subliem en de barok excentrieker dan ooit. Vaak miskend heeft het merendeel van de plekken ondertussen een nieuw leven gevonden: bioscopen die verbouwd zijn in winkels, balzalen verandert in congreszalen, enz. Andere hebben de tijd bijna onveranderd doorstaan en brengen ons terug naar een tijd waarin Brussel “brusselde”, zoals in het geval van de Koninklijke Muntschouwburg of de grote bioscoopzaal Eldorado. Omdat het duur is om te reizen bouwt men decors die zichten op Europese steden of Afrikaanse landschappen voorstellen.

In het centrum van deze gereconstrueerde wijk, presenteert het “mini-museum” een specifiek aspect of thema van de stad en haar patrimonium: de stedenbouw, de graffiti, de utopie van de stad, enz. Verschillende thema’s die regelmatig afgewisseld worden, net zoals in een echt museum.

De centrale ruimte van de tentoonstelling is rond een gigantische maquette gewijd aan het huis. Deze maakt het voor jong en oud mogelijk om de verschillende binnen- en buitenelementen van onze woningen te leren kennen als initiatie op het vocabularium van de architectuur: dakraam, baluster, rondlicht, enz. Zodra gevonden licht het huis op!

Een leeshoek, een atelier voor maquettes en andere animaties vervolledigen de tentoonstelling die eindigt met een sectie over de verschillende beroepen en materialen gelieerd aan het stedelijke patrimonium.

 

Tentoonstelling gerealiseerd door de Fonds pour l’Architecture met de steun van de minister-president belast met Monumenten en Landschappen en de staatssecretaris belast met Stedenbouw voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

 

 

Verantwoordelijken voor het project
Anne-Marie Pirlot Geassisteerd door Bertille Amaudric en Jacinthe Gigou

Enscenering
Michel Bries voor Mandragore

Met de steun van
Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting ▪ COCOF ▪ Gemeente Elsene ▪ Fondation Philippe Rotthier pour l’Architecture ▪ Léon Eeckman ▪ CIVA Stichting